Alledaags Duits
Duits zoals het echt elke dag gesproken wordt: groeten, reacties en small talk, met de spreektaal die lesboeken overslaan.

- 1
Hallo!
Hoi!
Tip: Informele groet voor iedereen, op elk moment van de dag.
- 2
Wie geht's?
Hoe gaat het?
Tip: Vriendelijke vraag na de groet; je verwacht een kort antwoord.
- 3
Gut, danke – und dir?
Goed, en met jou?
Tip: Het standaardantwoord dat de vraag terugkaatst.
- 4
Vielen Dank!
Dank je wel!
Tip: Hartelijk bedankt voor hulp, een gunst of een cadeau.
- 5
Gerne!
Graag gedaan!
Tip: Antwoord als iemand je bedankt.
- 6
Entschuldigung!
Sorry!
Tip: Om je te verontschuldigen of je door een menigte te wurmen.
- 7
Macht nichts!
Geeft niks! (antwoord op sorry)
Tip: Stel iemand gerust die net sorry zei.
- 8
Wie bitte?
Sorry, wat zei je?
Tip: Als je niet goed hoorde wat iemand zei.
- 9
Kannst du etwas langsamer sprechen?
Kun je iets langzamer praten?
Tip: Vraag moedertaalsprekers om rustiger te praten – dat doen ze graag.
- 10
Das verstehe ich nicht.
Ik snap het niet.
Tip: Zeg het eerlijk, dan leggen ze het anders uit.
- 11
Kannst du mir kurz helfen?
Kun je me even helpen?
Tip: Beleefde manier om een vreemde om snelle hulp te vragen.
- 12
Echt jetzt?!
Echt waar?!
Tip: Verbaasde reactie op nieuws of roddels.
- 13
Super!
Top!
Tip: Enthousiaste reactie op goed nieuws of een plan.
- 14
Alles klar!
Prima, klinkt goed!
Tip: Om in te stemmen met een plan of te bevestigen dat je het snapt.
- 15
Einen Kaffee, bitte.
Een koffie, alsjeblieft.
Tip: De simpelste manier om aan de toonbank in een café te bestellen.
- 16
Was kostet das?
Wat kost dat?
Tip: Vraag naar de prijs in een winkel of op de markt.
- 17
Kann ich mit Karte zahlen?
Kan ik pinnen?
Tip: Vraag het bij de kassa voordat je betaalt.
- 18
Nein, danke.
Nee, dank je.
Tip: Een aanbod beleefd afslaan.
- 19
Tschüss!
Doei!
Tip: Informeel afscheid voor vrienden, verkopers, iedereen.
- 20
Bis später!
Tot straks!
Tip: Afscheid als je elkaar snel weer ziet.